Wat is tijd
                In de directe realiteit van het bestaan bestaat geen tijd
      
Zowel tijd als oorzaak, gevolg, beweging, energie en massa zijn in
                    werkelijkheid slechts psychische fenomenen.

                           (Scrol naar beneden tot   <  rechts)

                      
Voor alle pagina's van deze site: klik op
                                     
www.levenskwaliteit.nl






Waan van kennis


Dit hoofdstuk gaat over kennispretentie, kennis-ego, en de kenbaarheid van de aard van het bestaan.
Over de gefragmenteerdheid, relativiteit en ongefundeerdheid van onze kennis, en haar absoluutheidspretentie in de praktijk van ons leven.
Over ons weten dat we uiteindelijk niets weten, en over ons besef van het mysterie van het bestaan.
Dit hoofdstuk bevat ook een speelse relativering van onze causale logica.

 

Allerlei nieuwe ontdekkingen en harde realistische feiten uit wetenschap en techniek leveren ons een suggestie van kennis, zekerheid en veiligheid.

Het is echter ook de wetenschappelijke verklaring van de natuur die voor velen geleid heeft tot de suggestie van kennis van de aard van het bestaan.

Uit deze misvatting is ook de arrogante waan van menselijke superioriteit boven de natuur ontstaan; en door dit aantrek- kelijke zelfbeeld voor velen ook een meer "solide" en veilig ego.

Door identificatie met onze kennis en de arrogantie die daaruit voortkomt is ook een sterke neiging ontstaan tot verloochening van het ongekende; tot verloochening van het mysterie.

Zo leven we nu in een (overigens buitengewoon saaie en ar- moedige) (waan-)wereld van vermeende zekerheden. 
Mens in "gekende" wereld.

 

Echter al onze wetenschappelijke kennis is gebaseerd op waar- neming, die in ons rationeel causaal tijdsdenken "logisch" wordt geordend en opgeslagen in termen van het "gekende", waar we uiteindelijk niets van af weten . . . . .

Wanneer we vanuit dit besef in innerlijke oprechtheid en onbe- vooroordeeld realiteitsbesef naar de wereld kijken, kan de vraag in ons opkomen naar de kenbaarheid van de ware aard van de realiteit.
Van de aard der dingen; de aard van het bestaan, en van de aard van ons eigen bestaan . . . . . .

Is de aard van het bestaan wel te bevatten in termen van rationele kennis, begrippen en "logisch" causaal verband van oorzaak en gevolg? 

En, hoe logisch ìs ons "logisch"?

 

Onze kennis gaat steeds uit van het veronderstelde "bekende", waar we zoals gezegd, in essentie niets van af weten.
Zij heeft geen werkelijk solide referentiepunten, want er bestaan geen absolute en precieze termen, waarin wij "kennis" kunnen uitdrukken.
Daarom hebben we ook geen antwoorden op de meest funda- mentele vragen: wat is tijd . . . . . . , wat is energie . . . . . . ,  materie . . . . . . ,  bewustheid . . . . . . . ?

En, wanneer we dan onze waarnemingen "logisch" uitdrukken in die termen van het bekende, en we de aard van dat "bekende" niet kennen, kunnen we dan ooit iets zeggen over het waar- genomene? We zijn immers al begonnen met on-kennis.

Dus wanneer we het hebben over atomen, electronen, kwarks, parmesaanse kaas, hersencellen, zwarte gaten, of supernova's weten we uiteindelijk niet waar we het over hebben . . . . . .

We kunnen niet werkelijk "weten" wat iets is, in termen van onze "logische" rationele vermeende kennis . . . . . .

Al onze  kennis  is ongefundeerd . . . . . . .

 

Hoe zeker is dan ons oordeel: "dit is 'gewoon' . . . . . . . " enz.   (en dan vooral dat: "gewoon" . . . . . . . ). 

Al ons oordelen staat op losse schroeven.

Al ons oordelen is ook altijd slechts ten opzichte van iets bepaalds; het is altijd relatief.
En daarnaast steeds afhankelijk van de juistheid  van onze informatie, aannames en veronderstellingen.

Echter in de werkelijkheid zijn de dingen simpelweg zoals ze zijn;  totaal onafhankelijk van onze vermeende kennis of enig oordeel.

Al onze kennis is relatief

 

We kunnen ook niet werkelijk definiëren, weten, of bewijzen dat iets dit of dat is, wanneer we mogelijk niet alle relevante infor- matie hebben.
En, hoeveel meer is er van het ongekende . . . . . ?

Het bestaan blijkt steeds weer complexer te zijn dan we ooit gedacht hadden.

Onze kennis blijkt steeds weer ontoereikend . . . . . .

 

Ook "kennen" we slechts fragmenten van de werkelijkheid, door de beperktheid van zowel ons waarnemings- als ook ons bevat- tingsvermogen.

Zo is bijvoorbeeld een boom gewoon een gemiddelde boom. In de werkelijkheid zijn er echter miljarden verschillende bomen.
Elke boom in de werkelijkheid is anders;  immens complex en uniek . . . . . . 

Onze kennis is slechts fragmentarisch . . . . . .

 

Voorts wordt ook de diepste "gekende" oorzaak van iets steeds weer achterhaald; want in ons rationele, "logische" causale denkprincipe heeft een oorzaak altijd wéér een oorzaak.

Ook wordt onze vermeende kennis steeds weer afgestraft door nieuwe ontdekkingen in de werkelijkheid.
Allerlei belangrijke "logische kennis" uit het verleden is daarom nu onzin.
En onze "logische kennis" van vandaag zal wellicht morgen ook weer onzin zijn; zo is het altijd reeds gegaan.

Het "gekende" is dus steeds gebaseerd op het veronderstelde bekende, en op beperkte "waar"-neming en informatie; en alle nieuwe ontdekkingen worden steeds "hinein-interpretiert", "logisch" gecathegoriseerd, en zo geïntegreerd in onze waan van kennis.

 

Echter, hoewel onze kennis geen absoluutheids-waarde heeft, heeft zij in de praktijk van ons leven wel die pretentie . . . . . .

Ons menselijk brein bevat op zijn hoogst de gemanipuleerde sporen van nietige fragmenten uit een werkelijkheid, waarvan we de aard niet kennen.

En uit deze "sporen" is onze waan van kennis opgebouwd.

 

 

Een kleine beschouwing op de aard van de werkelijkheid:


In de uiterlijke werkelijkheid is het altijd nu . . . . . . .

Toekomst en verleden bestaan dus alleen in mijn droom.

Als er in de uiterlijke werkelijkheid geen verleden bestaat, en ook geen toekomst, dan is er in die werkelijkheid ook geen tijd.
Tijd bestaat dus alleen in mijn droom . . . . . . .

Wat is dan de aard van de werkelijkheid? Speelt die zich af in één en hetzelfde moment?
Of geheel los van enig moment . . . . . ?

 

Wanneer tijd in de uiterlijke werkelijkheid niet bestaat, en ik wil realistisch zijn, dan mag ik in mijn "realistisch" denken het tijds- begrip ook niet gebruiken, alsook alle andere woorden die een tijds-begrip of een tijds-veronderstelling bevatten.

Dus, als tijd in de werkelijkheid niet bestaat, kan er in de wer- kelijkheid ook geen beweging zijn, want beweging is een tijds- gebonden begrip.
Toch "zie" ik de bomen bewegen in de wind.
Die waarneming is echter slechts een waarneming in herinner- ingen.
Die (tijdsgebonden) "beweging" bestaat dus ook slechts in mijn droom . . . . . . .

Dat wat we als beweging "zien" is in de werkelijkheid dus slechts verandering.

 

In de werkelijkheid is voor verandering geen tijd nodig; want zo- als gezegd bestaat die tijd alleen in mijn droom.
Dit schijnt ook te kloppen met wetenschappelijke waarnemingen. Deeltjes verdwijnen uit het bestaan en komen op een andere plaats weer in het bestaan terug, en naar men beweert in één en hetzelfde moment.

Echter, als tijd in de uiterlijke werkelijkheid niet bestaat, bestaat er in die werkelijkheid ook geen oorzaak of gevolg; want ook oorzaak en gevolg zijn tijdsgebonden.

De oorzaak van iets is altijd eerst, daarna komt het gevolg. Het gevolg is nooit eerder dan de oorzaak.

Ook oorzaak en gevolg bestaan dus slechts in mijn droom. . . . .

Dit maant tot voorzichtigheid met het causale (oorzaak-gevolg) denken.

 

Er is "kennelijk" slechts een ("tijds")("volg")ordenings-verband van "sporen" uit de werkelijkheid in mijn hoofd, die ik soms beweging noem; sommige sporen noem ik oorzaak, andere gevolg.

Energie is de "oorzaak(!)" van de "beweging(!)" van massa; en bewegende massa bevat bewegings-energie (kinetische energie).

In de objectieve werkelijkheid bestaat echter geen beweging, doch slechts verandering; en "oorzaak" is ook een tijdsbegrip.

De aard van dat wat we als energie ervaren in de werkelijkheid is dus geheel iets anders dan het gedefinieerde "begrip" ervan in ons hoofd . . . . .

En wanneer energie in de objectieve werkelijkheid iets anders is dan wat we denken, weten we ook niet wat zwaarte of massa is; want massa betekent gewicht en dus energie.

 

En dan nog, als tijd een mentale ordening van aan elkaar gere- lateerde sporen uit de werkelijkheid is, . . . . . .

Het begrip "spoor" bevat ook een tijds-aanduiding, tijds-element en is dus ook een psychisch product, en is in de uiterlijke wer- kelijkheid iets geheel anders dan we denken.
Want daar heeft dat wat wij  een "spoor" noemen geen ver- leden.

Een  reële  potloodstreep  als  "spoor"  van  een  beweging (tijd, energie, oorzaak en gevolg) in de uiterlijke werkelijkheid bewijst dus nóch het bestaan van tijd in de werkelijkheid, nóch het be- staan van beweging in de werkelijkheid, nóch van energie, nóch van een causaal verband in de werkelijkheid.
Ditalles bestaat slechts in ons hoofd.

Misschien kan ik zeggen: tijd is een psychisch (volg?)ordenings- principe in onze waan van kennis.
Maar we weten niet van wat . . . . .!?  Een mysterie . . . . . . .

 

 

Ons rationele denken is niet geschikt om de aard van de "objec- tieve" werkelijkheid te kunnen bevatten.
Want onze kennis is gerelateerd aan neppe subjectieve begrip- pen; zij heeft echter wel absoluutheids-pretentie.

Wetenschap doet slechts ontdekkingen, die zij vervolgens "hinein-interpretiert". En zij "verklaart" een werkelijkheid waar zij de aard niet van kent.

Ons ongefundeerde fragmentarische tijds- causaal "logisch" rationeel denken kan dus nooit "realistisch" zijn; en heeft met de "objectieve" werkelijkheid "niet zo veel" te maken.

Zowel tijd, als oorzaak, gevolg, beweging, energie en massa zijn in werkelijkheid slechts psychische fenomenen waarmee we het mysterie van het bestaan proberen te ver-"klaren". . . . . . ??

 

Het oorsprongs-mysterie van het heelal (voor velen het gehele bestaan) verklaren we met een "big bang"-theorie; gebaseerd op ongefundeerd, fragmentarisch en causaal tijdsdenken.

Maar in feite behoort het tot één en hetzelfde mysterie als het eco-evolutie-  of ontstaansmysterie, bestaans- sterfelijkheids- en identiteits- of bewustheids-mysterie.

En, wanneer wetenschappers eens het menselijk "bewustzijn" zullen menen te kunnen definiëren in termen van de fysieke bouw van de hersenen, volgens moleculairbiologische, bio- chemische en kwantum-mechanische wetten, zullen we nog niets weten over de aard van onze authentieke identiteit.

Want kennis is zoals gezegd altijd relatief, fragmentarisch, on- gefundeerd en ontoereikend; ongeacht of we aan de hand van proeven allerlei dingen denken te kunnen "bewijzen". Daarom wordt zij door de ontdekkingen van morgen ook steeds weer achterhaald.

 

Wanneer dus ooit wetenschappelijk "bewezen" zou kunnen wor- den dat onze authentieke identiteit "gewoon" een genetisch, biochemisch, bio-elektronisch, en kwantum-mechanisch ver- klaarbaar fenomeen is, zal daarmee nog niet het geringste ge- zegd kunnen zijn over de werkelijke aard van onze authentieke identiteit.

Een bloem manifesteert zich door middel van stoffen uit de aarde, water, lucht en licht; wanneer echter een blindgeborene wat fragmentarische kennis heeft over aarde, water, lucht en licht, weet die blinde dan ook iets over de schoonheid van een bloem?

Onze vermeende kennis heeft onze ogen blind gemaakt voor het onbeschrijflijke wonder van het mysterie van ons bestaan. En in onze hoogmoed en opgeblazen kennis-arrogantie ontkennen we het bestaan van het mysterie . . . . . . . . . De mens boven alles. . . . . . . in zijn persoons-identificatie . . . . . . . . in zijn kennis-waan. . . . . . .  

In zijn totale vervreemding van ook zijn eigen mysterie . . . . . .

 

Voor het kennis-ego van de goed verstaander zijn ditalles mis- schien wat griezelige, vervelende of pijnlijke vragen en opmer- kingen die we misschien eigenlijk liever niet willen horen.
Want als we eerlijk willen zijn leveren zij slechts onzekerheid op.
En in ons kennis-ego voelen we ons immers veilig . . . . . . .

Echter wanneer we eerlijk en realistisch tegen onszelf willen zijn, zullen we ons kennis-ego wat moeten bijstellen naar wat bescheidener.
Wat meer naar "ik weet dat ik uiteindelijk niets weet".

Laten we onze ongefundeerde fragmentarische kennis daarom niet al te belangrijk maken, en die absoluutheids-pretentie loslaten.
We kunnen haar slechts gebruiken als een noodzakelijk gereedschap voor beperkte praktische toepassing en om ons fysiek te handhaven en wat te kunnen communiceren.

 

En om werkelijk realistisch te zijn kunnen we ons zwaartepunt beter verleggen van zweverige kennis-pretentie naar directe ervaring en waarneming. Want hier gaat het om het meest directe en meest reële in ons leven.
(waarneming is overigens ook de meest fundamentele basis van alle kennis en wetenschap)

Dit brengt ons tot waarnemings- en ervarings-gerichtheid en tot het wonder van onze bewustheid; tot datgene wat getuige is van al het "waar"-genomene, en zo ook tot het mysterie van onze allerzuiverste essentie.

Maar om werkelijk goed waar te kunnen nemen is helderheid nodig.
Echter de kwaliteit van onze bewustheid en ons waarnemen is normaliter vertroebeld door onze toestand van obsessie en bijbehorende mentale spanning.

Vertroebeld, door obsessie van vermeende kennis en wereld- beeld, echter ook door onze onvrede, en onze arrogante waan van persoonlijkheid.  En ook door allerlei andere wanen, alsook angsten en verlangens; zoals die van hebzucht, bezit, macht, aanzien en duizend andere.

Onze zogenaamde "objectieve werkelijkheid" is daarom in feite onze subjectieve werkelijkheid.

Alles wat we "zien" en "kennen" zien we steeds door de bril van onze subjectieve en relatieve (imaginaire) wereld in ons.

En ook alleen daarom ervaren we het leven soms als zo "gewoon" of zo saai, of ellendig . . . . . . .

 

Echter achter onze imaginaire, subjectieve en relatieve werke- lijkheid (in ons)  bestaat ook nog het absolute, dat niet denk- baar is, doch slechts ervaarbaar. Slechts ervaarbaar in een totale mentale onbevangenheid.

Alleen in de helderheid van een onbevangen, ontspannen, vrije, egoloze, zuivere bewustheid en je allerzuiverste innerlijke integriteit is het ervaarbaar.
In zuivere bewustheid; geheel vrij van alles wat relatief is.
De kwaliteit ervan is daarom ook met geen mogelijkheid te vat- ten in onze termen van het zogenaamde "bekende".


Onze kwaliteit in onze obsessie van persoonlijkheidswaan, ken- nis, wereldbeeld, oordeel enz. (het relatieve) separeert ons van het mysterie van de werkelijkheid.
Daarom  is  er  zo  ook geen werkelijk genieten; geen totale be- leving van de werkelijkheid; geen nabijheid of aanraking met het mysterie van de werkelijkheid.

Wanneer je echter in een zeker moment vanuit je allerzuiverste integriteit en onbevangenheid een ervaren overkomt van het mysterie van de (schijnbare) "wereld buiten je", is dit één met het ervaren van het mysterie van je essentie.

Het is één. Het mysterie van onze bewustheid, van onze levens- energie, van genieten, van liefde, van geluk, van de aard van het gehele bestaan, en de zin van ons bestaan, het is uiteinde- lijk alles één; één in dezelfde  uiteindelijke  kwaliteit, en in haar  eenheid is zij nergens aan gerelateerd en absoluut; en voor wie  het ervaart een onverdiend en onverdienbaar geschenk . . . . . .

In de allerdiepste essentie van ons menszijn zijn wij allen "deel" van het absolute; echter de essentie van ons menszijn kunnen we slechts ervaren en met geen mogelijkheid rationaliseren.

 

"Definieerbaarheids-conditionering" of cathegoriseerbaarheids- conditionering en obsessie door kennis-arrogantie en egocen- trisme hebben in de moderne westerse mens door haar armoede en oppervlakkigheid een grove, ontevreden, respectloze, "rücksichtlose" en egoïstische mentaliteit en levenshouding gecreëerd.

Zowel het gevolg als de oorzaak hiervan is een algemene blind- heid voor, en ontkenning van het mysterie.

Uit het diepe besef uiteindelijk niets werkelijk te weten, en uit- eindelijk niets te begrijpen kan besef ontstaan van onze klein- heid en nietigheid, in de mysterieuze en wonderlijke werkelijkheid van dit immense bestaan.

Daarnaast kan ook het besef van onze sterfelijkheid en onder- worpenheid aan de (vooral onbekende) "wetten" van dit won- derlijke en mysterieuze bestaan een innerlijke bescheidenheid en innerlijke integriteit in ons creëren.
Innerlijke bescheidenheid en integriteit uit realisme . . . . .

 

De oplettende lezer zal echter ook in dit script vele onbeschei- den pretentieuze beweringen, oorzaken, gevolgen, oordelen enz. vinden.
Deze zijn echter slechts waarnemingen en suggesties, bedoeld als hulpmiddelen om zelf het innerlijk waarnemingspad op te gaan.

Zij zijn als delen van een grof schilderij dat de waarneming van een schilder bevat. Echter daarnaast bevat zulk een schilderij ook de ervaring van de toeschouwer, en in het subtiele van haar essentie ook nog iets van die schilder.

Wat we op dat innerlijk waarnemingspad ontmoeten levert ons een "kennen" op dat geen "kennis" is, en daarom een schilderij als dit op den duur overbodig maakt.

 

 


 

  <