Zelfbeeld, ego en identiteit

         Over het waarnemen en ervaren van ons zelfbeeld, ons ego
     en onze authentieke identiteit. Over integriteit en "ego"-centrisme
                        en over de betekenis en gevolgen ervan.

                        Voor alle pagina's van deze site: klik op
                                    
www.levenskwaliteit.nl







Identiteits-besef


In dit hoofdstuk gaat het over onze identificatie met onze zelfbeelden, (ego's of persoonlijkheden) en over onze werkelijke, en meest reŽle identiteit.
Ook wordt hier de aandacht gevestigd op de gevolgen van ons ego-centrisme, en op het vernietigende effect ervan op onze levenskwaliteit.
Daarnaast gaat het over het waarnemen en ervaren van onze meest reŽle identiteit, en over onze innerlijke integriteit.
Ook gaat het hier over het waarnemen en ervaren van onze ego's, die in de diepte steeds voortkomen uit ons verlangen naar sociale verbondenheid en waardering.
 

Dat, wat de mens zowel als individu als in essentie is, kunnen we misschien het beste zien in het perspectief van de menselijke evolutie waar we uit voortgekomen zijn.

Gedurende zijn miljoenen jaren van overlevingsstrijd was de tame- lijk kwetsbare mens alleen veilig voor de gevaren van buitenaf in een hechte sociale groep.
En in die groep moest hij ook gewaardeerd zijn, want afkeuring betekende de kans ongeliefd, en daardoor onbeschermd te zijn door de anderen en daarmee onveiligheid.

In de groep had ieder naar vermogen een bepaalde functie, en hierdoor een door anderen gewaardeerde identiteit, waardoor men zich beschermd en veilig voelde.

 

Ook ons huidige voortdurende verlangen naar goedkeuring, waar- dering en sociale verbondenheid alsook onze bijbehorende identi- teit komen in de diepte voort uit een verlangen naar veiligheid.

Onze identiteit is echter steeds een aangenomen identiteit, al naar  gelang onze (veranderlijke) sociale functie en ook (veranderlijke)  omstandigheden . . . . . . .

En in feite is onze identiteit dus steeds een act, en hebben we vele identiteiten met (gespeelde, vermeende) eigenschappen.

Onze identiteit, ego, of persoonlijkheid is dus over het algemeen die- of datgene wat we ons "verbeelden" te zijn om gewaar- deerd, goedgekeurd, of niet afgekeurd te worden.

Ons (meestal onbewuste) verlangen naar waardering, sociale ver- bondenheid en veiligheid is echter zo sterk, dat we de act die we opvoeren iets of iemand te zijn zelf willen geloven.
Dit, in de hoop anderen ook in die waan te brengen.

 

Levend in een ego-act ben ik echter een nep-mens;  en kan ik ook niet werkelijk mezelf zijn, en kan er ook geen werkelijk zuivere integriteit in mij zijn . . . . . . .

En belediging of vernedering is niets anders dan een aanval op mijn gespeelde rol; en mijn waan van eigenwaarde slechts "ego-waarde" . . . . . .

Echter wanneer al onze ego's slechts acts zijn, wat is dan onze ware, werkelijke identiteit?

Deze is in eerste instantie ons onbevangen "zijn" in onze zuivere bewustheid.

 

Wanneer je op een bepaald moment in totale concentratie je aandacht werkelijk geheel en totaal ergens op richt, vergeet je in dat moment even wie je bent, wŗt je bent, en misschien zelfs wŠŠr je bent . . . . . . .

Er is dan slechts "zijn", in totale aandacht, in dit moment.

Wanneer je bijvoorbeeld in dit moment je werkelijk totale aan- dacht richt op het horen van een al of niet bestaande zeer hoge fluittoon,  nŤt boven  je  gehoorgrens, ervaar  je  slechts aan- dacht . . . . . , en innerlijke stilte . . . . . ; bewustheid . . . . . , en innerlijke stilte . . . . . .

Je rationele denken staat dan even stil. Je waan iets of iemand te zijn is dan even verdwenen.
Je aandacht, je bewustheid, is dan even in directe aanraking met de realiteit van het bestaan.

Hoe intenser je luisteren, en hoe totaler je aandacht, hoe meer al het andere verdwijnt.

Er is nu alleen nog luisteren; maar toch is er continu "iets"  (subtiel) getuige van de stilte; iets, dat de stilte waarneemt.

Want hoe weten we anders dat er stilte is, en dat er bijvoorbeeld in dat moment geen gedachte is . . . . . . . . ?

Iets is getuige van de stilte . . . . . . .  Iets, wat niet denkbaar, doch slechts ervaarbaar is.

En "iets", dat niet denkt . . . . . , wŤl ervaart . . . . . . ,  en zich bewust is van zichzelf . . . . . . .

Het is onze zuivere "bewustheid".

Dit onbevangen "zijn" in zuivere bewustheid is ons meest authen- tieke "zijn".

Een "zijn", dat niet "iemand" is; geen persoonlijkheid is. . . . . Een "zijn", dat geen gedachte is . . . . . . .

Dit pure "zijn" is in eerste instantie onze authentieke identiteit; en al onze ego-wanen zijn slechts identificaties met denkbeelden, ideeen of oordelen over onszelf.

 

Onze persoonlijkheids-waan, ons "iemand" zijn, is ook geen constant fenomeen, zoals onze authentieke identiteit, maar verandert voortdurend met onze sociale omstandigheden. Telkens  weer een andere act.

In onze persoonlijkheids-waan in ons rationele denken hebben we ook een zeer sterke neiging onze authentieke identiteit weg te rationaliseren; want we voelen ons veilig in onze persoonlijkheid.
Die kan immers gewaardeerd en goedgekeurd worden; en de anderen geven ons dan het gevoel dat we op hen kunnen rekenen.
We voelen ons dan veilig deel van de groep.

 

Het wonderlijke is echter, dat ook wanneer we niet met anderen zijn, we volkomen onnodig in deze persoonlijkheids-waan blijven leven. Want, waar is het gevaar?
Ook wanneer veiligheid in het geheel niet aan de orde is leven we in die persoonlijkheids-waan.

We kunnen ons nu afvragen of we (in de diepte) werkelijk zulke angstige wezens zijn dat we voortdurend de bescherming van anderen nodig hebben.
Of is het misschien juist omgekeerd; omdat we in onze persoon- lijkheidswaan leven, hebben we steeds de goedkeuring en waar- dering van anderen nodig . . . . . . . ?

Wie goed oplet kan waarnemen dat dit laatste eveneens het geval is. Want wanneer we de toestand ervaren van slechts heerlijk ontspannen en onbevangen "zijn" in het moment, is elke behoefte aan goedkeuring of waardering totaal verdwenen.

 

Voor wie ditalles slechts theoretisch benadert zou de vraag kun- nen rijzen of ons slechts "zijn" misschien niet ůůk alleen maar een waan zou kunnen zijn.

Echter ons ego en al onze andere wanen behoren in ieder geval tot het (eventueel abstract) denkbare, of voorstelbare.
Het pure "zijn" echter slechts tot het direct ervaarbare;
en is daarom ultiem reŽel . . . . . . .
Voor ons rationele denken en voorstellingsvermogen echter on- grijpbaar.

Zoals het ervaren wordt is het nÚch een zelfstandig naamwoord, nÚch een werkwoord.
(ook gemakkelijk te ervaren via de techniek van
blz.146 enz.)

Je zou kunnen zeggen dat we zo leven in twee werelden: in de wereld van de reele werkelijkheid, en in onze waan-wereld van ego-centrisch denken, overtuiging, geloof, vooroordeel, en alle bijbehorende angsten en verlangens.

Ons "zijn" identificeert zich hierin met een "ik-figuur", die vele rollen kan spelen: "iemand" zijn.
Deze persoonlijkheid is direct verbonden met onze gevoelens.
Iemand scheldt ons uit, en we voelen ons beledigd. Eigenlijk afgekeurd, en hierdoor in de diepte onveilig.
Onze waan van eigen-(ego)waarde is dan verstoord; vooral als er ook getuigen zijn.

 

Normaal gesproken leeft iedere mens dus voortdurend vanuit een zeker ego-centrisme.
Echter wanneer een mens opgroeit in liefdeloze, harde, agres- sieve, of onveilige  levensomstandigheden ontwikkelt hij of zij al gauw een sterke overlevingsmentaliteit en hieruit dan ook een versterkt ego-centrisme om te kunnen overleven.
En dit is een belangrijke reden waarom zo veel mensen leven in een zo sterk egocentrisme.

Maar ook inprogrammering door voorbeeldgedrag van opvoeders, familieleden, vrienden enz. is een zeer belangrijke reden.

Echter sterk gecentreerd zijn in je ego betekent zelf-belangrijk- making en creeert respectloosheid, strijd, machtshonger, over- heersing en vernedering; en op deze manier ook weer het ego- centrisme van anderen . . . . . . .

En deze zelfbelangrijkmaking creeert ook een mentale blindheid, respectloosheid en afstandelijkheid; en zo ook ons  onvermogen tot empathie, werkelijke vriendschap, intimiteit, liefde, genieten en geluk . . . . . . .

Daarnaast creeert ons egocentrisme ook obsessie door verlangen; en hieruit weer frustratie, onvrede, spanning, stress en allerlei andere ellende die daarmee samenhangt.

Ons ego-centrisme maakt ons ongelukkig . . . . . . .

 

Daarom kunnen we onze levenskwaliteit enorm verbeteren door het accent in ons leven te verleggen van ons egocentrisme naar een zo veel mogelijk onbevangen en ontspannen leven vanuit onze innerlijke integriteit.

Onze zuivere innerlijke integriteit kunnen we echter alleen vinden in onze authentieke  identiteit; in een moment waarin we ons ego en alles wat daaraan verbonden is even volkomen onbelangrijk gemaakt hebben.

Via regelmatige toepassing van de techniek van bewuste totale ontspanning is het gemakkelijk te leren om moeiteloos te zijn in een mentaal ontspannen ego-loze toestand, en zo ook te komen tot bewustheid van je authentieke identiteit. (zie blz. 146)

Bewustheid van je authentieke identiteit versterkt of groeit door  haar zo vaak mogelijk te ervaren.

Op den duur komt hier spelenderwijs en bijna ongemerkt een steeds meer continue "zijns-bewustheid" en innerlijke integriteit uit voort; en je positieve levenskwaliteit wordt intenser, dieper en zuiverder.
Een ontspannen positieve levenskwaliteit en bewustheid van je egoloze "zijn" horen bij elkaar.

 

Wanneer je de weg eenmaal gevonden hebt, heb je steeds de keuze voor een heerlijk positief, ontspannen, pretentieloos "zijn", of voor de obsessieve, agressieve en negatieve spanning van de pretentie "iets" of "iemand" te zijn.

Positief, ontspannen en pretentieloos "zijn"  leidt naast innerlijke integriteit ook tot innerlijke bescheidenheid en innerlijke vrien- delijkheid; en er is ruimte voor genieten, subtiele speelsheid, openheid, kwetsbaarheid en het ervaren van werkelijke intimiteit en liefde.
Ook betekent het een enorme verrijking en verdieping van je "belevings-kwaliteit".

Het defensieve pretentieuze "iemand" zijn impliceert echter zelf- belangrijkmaking, afgescheidenheid en afstandelijkheid en in de diepte daarom ook altijd een subtiele vijandigheid.
Echter ook arrogantie en respectloosheid (geen oog meer hebben voor de verfijndere en diepere aspecten van ons leven).

Bovendien creeert onze ego-obsessie de subtiele (veelal onbe- wuste) angst en spanning niet goedgekeurd of gewaardeerd te worden, en hiermee een (onbewuste) negatieve levenskwaliteit.

Daarnaast impliceert ons ego zoals gezegd het voortdurende en vaak agressieve (gefrustreerde) verlangen naar bevestiging, waardering of goedkeuring door anderen.

Dit betekent in de diepte een leven lang leven als een voortdurende, en veelal gefrustreerde bedelaar die nooit genoeg kan krijgen . . . . .

 

Uit ons fundamentele egocentrisme komt ook de ellende voort van het obsessieve verlangen naar bezit, aanzien en macht, etc. en alle frustratie, onvrede en ellende die daar weer uit voort komt.

Echter met enig bezit, aanzien of macht op zich, is natuurlijk niets mis, zolang we hen niet te belangrijk maken.

Het is echter in ons obsessieve egocentrisme, waar de oorzaak ligt van alle ellende.

Streven naar egoloosheid is echter zinloos; want alleen een ego kan streven naar egoloosheid.

Egoloos willen zijn creŽert slechts frustratie en boosheid, want je bent dan immers niet wat je zijn wilt. Waarnemen en begrijpen van je ego('s) is voldoende; dat creŽert ego-bewustheid.

Een speelse, niet te serieuze benadering, en het niet belangrijk maken van je ego is altijd de beste oplossing.
 

Ook elke veroordeling van ons ego is zinloos;  immers, het ene ego veroordeelt het andere. Het creŽert slechts nutteloze spanning en zelfverwijt.

Door het zwaartepunt in ons leven zo veel mogelijk te leggen op het bewust ervaren van de onbevangen toestand van het heerlijk ontspannen "zijn", verzwakt en verdwijnt de ingebakken waan van "iemand zijn" op den duur vanzelf.

Wanneer je je ego betrapt is "o, ditÖ" al meer dan voldoende; er is dan immers ego-bewustheid alsook bewustheid van je waar- derings- goedkeurings- en sociaal verbondenheidsverlangen.
Hierdoor kun je onmiddellijk kiezen voor het loslaten van deze verlangens, en terugkeren naar de realiteit van het ervaren van een heerlijke ontspannenheid in het onbevangen slechts "zijn" in een positieve levenstoestand.

En wanneer er dan dat onbevangen "zijn" is, zie je vanzelf dat je toestand egoloos is. Geen enkele reden dus om je zorgen te maken om je ego. Ego-loosheid is een zinloos doel.

Wel is het dus van belang  die persoonlijkheid niet belangrijk te maken, want dat creŽert spanning en negatieve levenskwaliteit.

 

Zinvol is het je ego's te leren kennen, definiŽren en herkennen; Deze  zijn  in  eerste  instantie:   ik ben - ego,   ik wil - ego,
ik heb - ego,   ik weet - ego   en   ik kan - ego.
En hiermee verbonden ook je macho/imponeer-ego; je slacht- offer/zieligheids-ego; je "beroeps" -ego, kennis-ego, nationali- teits- vrouwlijkheids- manlijkheids-ego, bezits-ego, "innerlijk kind"-ego, goedheids-ego, seksueel ego, "ik ben foutloos"-ego, sterreteken-ego,  enz. 
(zie ook blz.156)

Steeds is het hierbij van belang je zelf-belangrijkmaking en het achterliggende verlangen naar goedkeuring, waardering, aanzien, sociale verbondenheid etc. te blijven herkennen.

 

Soms kan het lijken dat je tÚch gelukkig zou kunnen zijn in je ego- waan, wanneer je door iedereen gewaardeerd en goedgekeurd zou worden.
Je bent dan echter wel slaaf van het oordeel van anderen en van allerlei wanen, angsten en verlangens van die anderen.
En dit betekent dan ook voortdurend leven in een (subtiele, event. onbewuste) angst voor afkeuring. En dit creŽert weer spanning en stress, want je moet nu presteren.

Bovendien betekent zo gewaardeerd leven in je persoonlijkheids- waan bevestiging en versterking van die persoonsidentificatie en steeds verder verdwalen in egocentrisme en (subtiele onbewuste) ego-arrogantie en respectloosheid, en voor je het beseft in een negatieve levenskwaliteit.

Leven in egocentrisme is leven in een subtiel negatieve obses- sieve toestand, een toestand van zelfhypnose; onbewust leven, en steeds vanuit een subtiel agressieve mentaliteit.
 

Leven vanuit bewustheid en ego-besef van jezelf en alle anderen geeft ruimte voor humor, en het vermogen te lachen om "jezelf". Probeer daarom steeds de dingen en jezelf onbelangrijk of zelfs wat belachelijk te maken.
Wanneer iemand in ego-toestand nooit om zichzelf kan lachen betekent dit simpelweg weinig identiteits-bewustheid.

Dezelfde keuzebewustheid als beschreven voor een positieve levenskwaliteit is toepasselijk op het leven in een onbevangen egoloze toestand; want zoals gezegd horen die bij elkaar.

De snelste en eenvoudigste manier om te leren moeiteloos te zijn in een onbevangen egoloze toestand is de simpele techniek van
                                                                      blz. 146 enz.